Project Euregio: Duits in beroepscontext bij opleiding Sport en Bewegen

Als fitnessleraar of trainer van een sportclub en al helemaal als skileraar komt het goed van pas als je Duits spreekt. Met de proef Duits in de beroepscontext als keuzedeel zet de opleiding Sport en bewegen de stap naar de invoering van dit keuzedeel in het schooljaar 2016-2017. Derdejaars studenten Sport en bewegen zijn via het project gekoppeld aan studenten van het Berufskolleg Bocholt-West. “Duits was lang not done. Nu zien studenten wat ze er aan hebben en vinden ze het interessant.”

Vier uur Duitse les eens in de twee weken en een uitwisselingspro­gramma met Duitse studenten Freizeitsportleiter(in) van het Berufs­kolleg Bocholt-West. Dat zijn enkele onderdelen van de proef Duits in de beroepscontext voor derdejaars studenten Sport en bewegen van het Graafschap College. Als eindopdracht organiseren de Nederlandse en Duitse studenten samen een sport- of speldag op een basisschool, waarschijnlijk in Duitsland.

Bij de kennismaking tussen de negentien Nederlandse en vierendertig Duitse studenten in september 2015 zijn koppels van Nederlandse en Duitse studenten gevormd. De Nederlandse studenten hebben Duits als keuzevak, de Duitse studenten Nederlands. “Als buddy’s hebben de studenten regelmatig contact”, legt Mariël Kremers uit. “Via e-mail en Facebook maken ze afspraken en helpen ze elkaar met correcties van opdrachten in het Duits en het Nederlands.”

Onderdompeling

Kremers is docent Duits bij de opleiding Sport en bewegen. In samenwerking met sportdocent Eugène Boerakker en collega’s van het Berufskolleg in Bocholt heeft ze het programma voor de proef Duits in de beroepscontext uitgewerkt. “Het uitgangspunt is dat onze studenten Duits zo veel mogelijk toepassen in hun vakgebied en dat ze zo veel mogelijk contact hebben met de Duitse studenten”, zegt Kremers. “Dat noemen we onderdompeling in Duitse taal en cultuur.”

De tweedaagse kennismaking in het Nederlandse Voorst in septem­ber was de eerste uitwisseling met de Duitse studenten. Door samen te sporten en te speeddaten leerden de studenten elkaar kennen. “Dat was een goede start. Onze studenten zijn razend enthousiast”, vertelt Kremers. “Duits leren in de praktijk spreekt ze aan. Duits was lang not done. Nu zien studenten wat ze er aan hebben en vinden ze het interessant.”

Grensstreek

Als regionaal opleidingscentrum in de grensstreek besteedt het Graafschap College al langer extra aandacht aan Duits. De opleiding Sport en bewegen werkte enkele jaren mee aan een uitwisseling van studenten met een Berufskolleg in Beckum. Met subsidie van de Euregio werd eerder samen met Berufskolleg Bocholt West gewerkt aan het project Fit für den Profit. Dit project was gericht op het spre­ken van Duits en het stimuleren van een gezonde leefstijl onder de jeugd. Uit praktisch oogpunt is dit keer opnieuw voor het Berufskol­leg Bocholt-West gekozen, een school net over de grens.

Het spreken van de taal van het buurland biedt studenten in de sector Zorg, Welzijn en Sport onder meer extra perspectief op een baan. Zowel in de kinderopvang als in de sportsector is er in Duitsland vraag naar goed opgeleide beroepskrachten. “In de grensstreek zijn veel fitnesscentra met Nederlandse én Duitse klanten”, benadrukt Kremers. “In Duitsland is onder meer vraag naar animatieteams op campings. En in de winter zijn veel van onze studenten actief als skileraar in Oostenrijk.”

Ap te Winkel, opleidingsmanager Sport en bewegen is zich terdege bewust van de mogelijkheden op de Duitse arbeidsmarkt. Kremers: “Het is één van zijn drijfveren om met de proef Duits in beroepscon­text te beginnen en dit vak volgend schooljaar voor de derdejaars stu­denten als keuzedeel in te voeren. Niet alleen voor studenten Sport en bewegen is goede kennis van de Duitse taal en cultuur belangrijk. In feite is dit van belang voor elke Achterhoeker gezien onder meer de economische banden in de Euregio.”

Waardevol

Wat de samenwerking tussen de studenten van het Graafschap Col­lege en het Berufskolleg Bocholt-West voor Kremers extra waardevol maakt, is dat ze zien dat de Duitse studenten moeite hebben met het Nederlands. “Onze studenten durven soms geen Duits te praten, omdat ze bang zijn fouten te maken. Die schroom valt nu weg.”

Dat ouders het spreken van Duits bij hun kinderen stimuleren, helpt ook bij de opmars van Duits in het onderwijs. “Tijdens de open dagen merk ik dat ouders het toejuichen als hun kinderen Duits krijgen. Zelf hebben ze dat vroeger op school ook gehad”, stelt Kremers vast. Ze ziet bij studenten duidelijk een trend: “Hun reactie verandert: van ‘bah, Duits, wat moet ik er mee’ naar ‘Hee, Duits, dat is best handig’.”

Cultuurverschillen

De cultuurverschillen tussen Nederland en Duitsland zijn een punt van aandacht, merkt Kremers op. “Waar we tegenaan lopen is dat onze studenten behoorlijk vrij zijn. Ze maken sneller contact en staan makkelijker voor een groep. Dat is prima, maar daar moet je wel rekening mee houden. Aangezien het voor Duitse studenten als te aanwezig kan overkomen.”

Een ander punt is het verschil in omgang met social media en het maken van bijvoorbeeld filmpresentaties. Ook daar gaan de Neder­landers losser mee om. “Voor mijn Duitse collega’s is dat lastig, want het Berufskolleg in Bocholt heeft bijvoorbeeld nog geen interactieve schoolborden.”

Als mogelijk valkuil noemt Kremers de koppels bestaande uit één Nederlandse en twee Duitse studenten. Ze heeft de indruk dat één op één beter werkt. “Dan zijn de koppels wat flexibeler en kunnen ze ook makkelijker een stageplaats voor elkaar regelen. De groep moet per traject ook niet te groot worden.”

Kremers verwacht dat de grote winst van het project Duits in de be­roepscontext is dat het niveau waarop studenten van het Graafschap College Duits spreken, verstaan, lezen, schrijven en een gesprek voeren enorm verbetert. “Dat varieert nu tussen ERK-niveaus A2 en B1. Ons doel is dat alle studenten met die vaardigheden op B1-niveau uitkomen.”